The sky is the …..?

sky is the limitEen paar jaar geleden sprak ik regelmatig met mensen die bij de overheid werkten over particuliere – en maatschappelijke initiatieven. Zij hamerden daarbij heel erg op de schaalbaarheid van die initiatieven. Als het in Groningen werkte, moest dat in Maastricht ook kunnen. Ik zette daar mijn vraagtekens bij, want of iets in Maastricht werkt, hangt toch van zo veel verschillende factoren af. Op de eerste plaats van de ambitie van de initiatiefnemer. Als je een bedrijf start om een maatschappelijk probleem op te lossen, dan zou het best kunnen zijn dat je de ambitie hebt om dit heel lokaal te doen. Voor je eigen buurt, of regio. Maar als je ambitie is om een zo veel mogelijk impact te generen, dan moet je op een gegeven moment gaan opschalen. En dat is lastig blijkt uit allerlei onderzoeken.

Waarom kan de ene social entrepreneur wel en de andere niet? Dat heeft volgens Bloom en Chaterji (2009) in het artikel ‘Scaling Social Entrepreneurial Impact’ te maken met zeven verschillende ‘scalers’. Deze scalers zijn factoren die van invloed zijn op de mogelijkheid om een bedrijf op te schalen en ze zijn afhankelijk van externe omstandigheden.

    1. Extern: Labor Needs – Effect op bedrijfsvoering: personeelsbeleid moet op orde zijn om de juiste mensen aan te trekken en te behouden.
    2. Extern: Public Support – Effect op bedrijfsvoering: druk op communicatie om zowel de bestaande stakeholders als mogelijke nieuwe partners te overtuigen om mee te doen.
    3. Extern: Potential Allies – Effect op bedrijfsvoering: het aangaan van partnerships is noodzakelijk voor het opschalen van een bedrijf. Het gaat om het mobiliseren van grote groepen mensen en andere bedrijven om jou te helpen bij het realiseren van je doel. Zonder samenwerking kom je nergens.
    4. Extern: Supportive Public Policy – Effect op bedrijfsvoering: druk op lobby. Als het klimaat moeilijk is voor sociale ondernemers, dan ligt er veel druk op de lobby activiteiten. Als het klimaat gunstig is, moet het bedrijf er optimaal gebruik van proberen te maken. Ook hiervoor is lobby noodzakelijk.
    5. Extern: Start-Up Capital – Effect op bedrijfsvoering: generen van eigen inkomsten is noodzakelijk voor elke sociale onderneming. Alleen als de geldstromen goed op orde zijn, kan de organisatie verder groeien.
    6. Extern: verdeling van begunstigden – Effect op bedrijfsvoering: mogelijkheid om het concept in verschillende plaatsen te kopiëren. Als dat lukt kunnen ook anderen verder helpen om de schaal te vergroten. Een vorm van franchising is een optie.
    7. Extern: aanwezigheid van economic incentives – Effect op bedrijfsvoering is gericht op het stimuleren van de marktomstandigheden. Als de vraag bijvoorbeeld toeneemt, heeft dat een gunstig effect op de verandering die de ondernemer wil bewerkstelligen, maar ook op de schaalbaarheid van zijn bedrijf.

Zoals je ziet, kun je als ondernemer op verschillende manieren inspelen op externe omstandigheden. In de literatuur ligt daar blijkbaar niet veel nadruk op. Daar kijken ze vooral naar wat er in het bedrijf zelf gebeurd, maar in de praktijk doen ondernemers volgens mij niet anders. Al is het op deze manier wel interessant om te kijken waar je nog slagen te maken hebt. Je kunt deze zeven scalers gebruiken als een soort van checklist om op die manier je effectiviteit te vergroten. En dan is het aan de wetenschappers om ook deze externe factoren mee te gaan nemen in onderzoeken. En laat ik dat nou net van plan zijn.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in sociaal ondernemerschap en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s