Waarom sommige intenties nooit uitgevoerd worden

IImagek wil nooit meer snoepen. En dat wil ik al heel lang, maar heel eerlijk gezegd: het lukt echt niet. Ik lees me suf over gezonde voeding. Ik weet best dat suiker gif is, maar ik houd gewoon ontzettend veel van drop en chocola en dat gevoel is sterker dan mijn rationele overtuiging dat ik het niet moet eten. 

En in dit gedrag ben ik niet de enige. Het is een bekend fenomeen in de psychologie en  in een eerdere blog schreef ik er al over. Het heet de attitude-behaviour-gap. Maar tussen attitude en gedrag zit nog een belangrijke stap: de intentie. En de intentie wordt niet alleen beïnvloed door attitudes, maar ook door mijn eigen normen patroon en het gevoel van controle dat ik over mijn eigen gedrag ervaar.Uiteraard heb ik dit niet zelf bedacht, maar deze wijsheid komt uit een belangrijk artikel van Icek Ajzen (1991) dat de ‘theory of planned behaviour’ heet. In het onderstaande model, wordt dit duidelijk weergegeven.

Image

Eigenlijk zegt Ajzen met dit model dat mijn motivatie (intenties) en de mogelijkheid om niet meer te snoepen (perceived behavioural control) gezamenlijk mijn gedrag bepalen. Hij legt daarbij wel specifiek de nadruk op ‘perceived behavioural control’ in plaats van ‘actual behavioural control’. En dat is ook eigenlijk wel logisch.

Om even bij mijn eigen snoep verhaal weg te gaan, geef ik een voorbeeld. Ik denk aan de deelnemers van Your Bricks. Dit zijn dertig jongeren, die een idee hebben om een bijdrage te leveren aan een duurzame samenleving en die hebben besloten om een opleidingsprogramma te volgen om deze ideeën te realiseren. Ze hebben dus daadwerkelijkheid het gevoel dat ze met hun eigen gedrag de wereld een beetje beter kunnen maken.

Maar zij zijn natuurlijk niet de enige jongeren die dat kunnen. Iedere jongere kan een bijdrage leveren, heeft een actual behavioural control, maar heeft niet het zelfvertrouwen om het ook te doen (Bandura, 1982). Voor hen is de wereld te groot, is duurzaamheid te ingewikkeld of voelen ze zich als kleine radar in een groot geheel niet van belang. Hun perceived behavioural control op dit vlak is bijzonder laag.

En natuurlijk zijn er nog allerlei andere factoren van invloed of mensen in actie komen of niet. Zo geeft Ajzen aan dat het ook gaat om non-motivational factors. Denk hierbij aan beschikbaarheid van bepaalde producten. Om maar weer terug te komen op mijn gesnoep, het gaat er om dat ik een alternatief heb. In plaats van drop op mijn afdeling moeten mijn collega’s appels meenemen. Maar het gaat ook om de vereiste kans die ik heb om die appel te eten. Ben ik wel vaak genoeg op mijn werk? Of zit ik veel in de trein of thuis achter de computer waar de verleiding groter is? En dan zijn er nog de resources zoals tijd, geld, medewerking van anderen. Denk hierbij aan raw chocolate. Super lekker en gezond, maar moeilijk te krijgen.

En dan word ik natuurlijk ook nog beïnvloed door andere mensen. Als ik met een groep andere mensen werk, zit ik niet altijd ongegeneerd te snoepen, want dat is toch eigenlijk not done. Zo’n gebrek aan controle. En dat zijn mijn subjectieve normen, die mijn gewenste gedrag beïnvloeden, want die zijn gerelateerd aan de groep mensen met wie ik omga.

Om deze zelf-analyse toch weer even terug te brengen naar mijn interesse voor duurzaam gedrag: het is hartstikke logisch dat mensen die bewust met duurzaamheid bezig zijn en elkaar regelmatig zien, elkaar ook beïnvloeden. Door veganisten in mijn omgeving eet ik zelf al jaren geen vlees meer, sinds kort geen vis en misschien over een tijd ook geen zuivel meer. Het is gedrag dat ik identificeer met de groep mensen bij wie ik hoor, of misschien wel wil horen. En dat is zo sterk, dat ik geen enkele moeite heb om geen sushi meer te eten. Of geen gebraden kip. Maar die drop……..

Daar zegt Ajzen nog iets heel interessants over. Om mijn gedrag te beinvloeden zijn er interventies nodig. Die kunnen zich richten op mijn normen (suiker is slecht), mijn gevoel van controle (ik ben sterker dan de suiker) en mijn attitudes (ik ben zwak als ik suiker eet). Of gericht op mijn intentie om het niet meer te doen (een anti-suiker coach die me op bepaalde tijdstippen berichtjes stuurt). Misschien ontmoet ik binnenkort een social entrepreneur die mij van deze slechte gewoonte kan afhouden door een interessante interventie. Ik houd mijn ogen en oren open!

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in social marketing, Uncategorized en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s